Nieuws

Zeegrasplanten verzameld in Denemarken

Voor het onderzoek naar het herstel van ondergedoken groot zeegras (Zostera marina) zijn in maart zeegrasplanten verzameld in Denemarken (Limfjorden). De planten worden gebruikt voor experimenten in de klimaatkamers van Rijksuniversiteit Groningen en vervolgens geplant in het Nederlandse deel van de Waddenzee. Met deze experimenten hoopt onderzoeker Katrin Rehlmeyer meer inzicht te krijgen in de optimale omstandigheden voor de herintroductie van ondergedoken groot zeegras.

Licht en zoutgehalte
In het verleden groeide er in de Nederlandse Waddenzee op plekken die permanent onder water staan veel ondergedoken groot zeegras, maar sinds de jaren 30 van de vorige eeuw is het verdwenen. Zeegras wordt beschouwd als sleutelsoort, met een grote invloed op andere soorten en zijn omgeving. Herintroductie van ondergedoken zeegras kan daarom bijdragen aan een rijkere onderwaternatuur in de Nederlandse Waddenzee. Voordat tot een herintroductieplan kan worden overgegaan moet er meer kennis zijn over de factoren die de overlevingskans van de zeegrasplanten bepalen. Rehlmeyer doet daarvoor allerlei experimenten: ‘In de kas en de klimaatkamers van de Rijksuniversiteit Groningen gaan we met enkele experimenten onderzoeken hoe we de overlevingskans na het transplanteren van het zeegras kunnen verhogen en hoe zeegras op omstandigheden in de Waddenzee reageert.’
Zo onderzoekt ze samen met masterstudente Dindi Hiddink Verberne in de klimaatkamers tegen welke variaties van zoutgehaltes het zeegras kan. Door ook met lichtcondities te experimenteren testen  de onderzoekers bovendien of de heldere plekken in de Waddenzee genoeg licht doorlaten voor het zeegras.

Extra energie
In een tweede experiment onderzoeken ze of de planten gestimuleerd kunnen worden om meer bladgroen aan te maken door ze hele goede lichtomstandigheden te geven. Rehlmeyer: ‘Hopelijk kunnen ze hierdoor meer reserves in de wortelstokken opslaan. Door deze extra energie kan de plant na de transplantatie mogelijk beter overleven, zodat het zeegras in zijn nieuwe omgeving makkelijker in leven kan blijven.’
Om dit in de praktijk te testen worden de planten na twee maanden experimenteren in de Waddenzee geplant. De locatie hiervoor is gekozen op basis van de hoeveelheid gemeten licht op de wadbodem en de sterkte van de stroming. De overleving van de planten wordt vervolgens tijdens laag water gevolgd: na een week, een maand en na twee maanden.

Kansenkaart
Naast deze gegevens worden metingen met sensoren voortgezet op totaal acht locaties in de Waddenzee. Hiermee worden de stroomsnelheid, golfwerking, waterhoogte en hoeveelheid licht gemeten. De resultaten van de metingen worden gecombineerd met de gegevens die Rehlmeyer in 2020 en 2021 verzamelde. Al deze informatie samen wordt met al beschikbare data over omgevingsfactoren gecombineerd in een kansenkaart voor ondergedoken groot zeegras in de Nederlandse Waddenzee. Deze kaart laat dan zien, waar pogingen voor herstel het meest kansenrijk zijn.

Share on twitter
Deel dit bericht via Twitter!